CAPITA SELECTA Psychomotorische Therapie Academiejaar 2003-2004 Prof. H. Van Coppenolle - PowerPoint PPT Presentation

Loading...

PPT – CAPITA SELECTA Psychomotorische Therapie Academiejaar 2003-2004 Prof. H. Van Coppenolle PowerPoint presentation | free to download - id: 54bb10-MTBhM



Loading


The Adobe Flash plugin is needed to view this content

Get the plugin now

View by Category
About This Presentation
Title:

CAPITA SELECTA Psychomotorische Therapie Academiejaar 2003-2004 Prof. H. Van Coppenolle

Description:

Psychomotorische Therapie Academiejaar 2003-2004 Prof. H. Van Coppenolle PMT and anorexia nervosa inhoud en structuur capita selecta PMT omvat deze technieken van PMT ... – PowerPoint PPT presentation

Number of Views:266
Avg rating:3.0/5.0
Slides: 428
Provided by: VanCopp
Learn more at: http://www.kuleuven.be
Category:

less

Write a Comment
User Comments (0)
Transcript and Presenter's Notes

Title: CAPITA SELECTA Psychomotorische Therapie Academiejaar 2003-2004 Prof. H. Van Coppenolle


1
CAPITA SELECTAPsychomotorische
TherapieAcademiejaar 2003-2004Prof. H. Van
Coppenolle
2
(No Transcript)
3
(No Transcript)
4
(No Transcript)
5
PMT and anorexia nervosa
6
(No Transcript)
7
(No Transcript)
8
(No Transcript)
9
(No Transcript)
10
inhoud en structuur
  • capita selecta PMT omvat deze technieken van PMT
    die algemeen
  • bij psychiatrische patiënten
  • bij personen met psychische problemen
  • en mentaal gehandicapte personen
  • (volwassenen en kinderen) worden toegepast

11
ze omvatten zowel
  • A. observatie-en evaluatietechnieken
  • B. therapeutische technieken

12
A. OBSERVATIE-EN EVALUATIE TECHNIEKEN
13
observatie-en evaluatietechnieken
  • bij volwassen psychiatrische patiënten
  • bij kinderen met psychische problemen
    (cfr.gedeelte J. Simons)
  • bij mentaal gehandicapte personen

14
therapeutische technieken
  • bij volwassen psychiatrische patiënten
  • bij kinderen met psychische problemen (cfr
    cursusgedeelte J. Simons)
  • bij mentaal gehandicapte personen

15
korte historiek van technieken in de
psychomotorische therapie
16
met technieken wordt bedoeld
  • een op systematische wijze gebruik maken van
    observatie- en therapeutische methoden in het
    kader van de psychomotorische behandeling

17
deze historiek valt grotendeels samen met onze
loopbaan
  • in 1964 was er van systematiek nog niet zoveel
    sprake
  • PMT bij volwassen psychiatrische patiënten werd
    gezien als een algemene vorm van activering
    waarin spel en bewegingsvormen een bijdrage
    konden leveren

18
de methode Van Roozendaal ( 1964)
  • als geïndividualiseerde observatietechniek gold
    toendertijd enkel de methodiek van de Nederlander
    Van Roozendaal die op dit ogenblik baanbrekend
    werk had verricht
  • vertrekkend van individuele observatie kwam hij
    tot specifieke psychomotorische doelstellingen

19
Hoe zou men kunnen het bewegen van nu en vroeger
kunnen vergelijken?
20
vergelijking huidig (13) vroeger bewegen (4)
  • hij wilde weten wat er met het bewegen van een
    patiënt gebeurd was
  • daarom vergeleek hij het huidig bewegen(13
    factoren) met het te verwachten bewegen (4
    factoren)

21
het huidig bewegen motorische factoren
  • coördinatie
  • evenwicht
  • bewegingsharmonie
  • balbehandeling
  • speltactiek

22
het huidig bewegen belevingsfactoren
  • bewegingsintensiteit
  • bewegingsinstelling bij opdrachten
  • bewegingsinstelling bij spel
  • sociaal spelgedrag

23
het huidig bewegen creatieve factor
  • creatief bewegen

24
het huidig bewegen aanleringsfactoren
  • maataanpassing
  • bewegingsinzicht
  • bewegingsaanleringsvermogen

25
het vroeger bewegen het
bewegingsniveau
  • bewegingservaring (vragenlijst)
  • leeftijd
  • lichamelijke habitus
  • het beroep

26
items bewegingservaring informatie betreffende
  • leeftijd waarop men kon lopen
  • leeftijd waarop men kon fietsen
  • zwemmen
  • rolschaatsen
  • dansen
  • kleuterschool
  • verder onderwijs

27
items bewegingservaring informatie betreffende
  • legerdienst
  • sportvereniging
  • vrijetijdssportbeoefening
  • beroep
  • droomsport

28
leeftijdschaal
  • 58-60 score 1
  • 43-45 score 5
  • 23-25 score 10

29
lichaamsbouw of habitus
  • lichaamsbouw buitengewoon geschikt
    score 10
  • geen afwijkingen score 5
  • lichamelijke handicap score 0

30
beroep
  • beroep dat heel veel lichamelijke eisen stelt
    score 10 (sportleraar)
  • beroep dat gemiddelde lichamelijke eisen stelt
    score 5
  • beroep dat helemaal geen lichamelijke eisen
    stelt score 0 (burgemeester)

31
vergelijking het motorisch percentage
  • MP 100 aangepast bewegen
  • MPlt 85 motorische deterioratie

32
specifieke geïndividualiseerde therapeutische
doelstellingen
  • werden afgeleid op basis van dit motorisch
    percentage
  • en vooral op basis van de scores van het huidig
    bewegen
  • voorloper van de LOVIPT

33
de Leuvense Observatieschalen voor gebruik in de
Psychomotorische Therapie (De LOVIPT)J.
Simons- H. Van Coppenolle (1984)
34
therapeutische doelstellingen kunnen eveneens
geformuleerd worden door middel van uitwendig
geobserveerd gedrag ( LOVIPT) Leuvense
observatieschalen voor gebruik in de
Psychomotorische Therapie
35
9 items die op een 7 punt schaal gescoord worden
  • score 0 stemt overeen met niet pathologisch
    gedrag
  • scores -2 en 2 wijzen op pathologisch gedrag
    dat duidelijk remediëring behoeft

36
2 versies van de LOVIPT
  • algemene LOVIPT waarbij de -2 en 2 scores
    omschreven zijn door algemene adjectieven (LOVIPT
    A)
  • specifieke LOVIPT waarbij de -2 en 2 scores
    omschreven zijn door specifieke omschrijvingen

37
het grote voordeel van de LOVIPT is
  • dat de observatiegegevens rechtstreeks naar
    therapeutische doelstellingen verwijzen
  • dat er een gestructureerd observatierapport
    mogelijk wordt op basis van de afwijkende scores

38
systematiek methodologie
  • de LOVIPT (Leuvense Observatieschalen voor
    gebruik in de Psychomotorische Therapie
  • is een belangrijk methodologisch middel in de
    PMT

39
er wordt uitgegaan van een systema tische
observatie
  • van het psychomotorisch gedrag tijdens
    bewegingssituaties
  • om therapeutische doelstellingen te formuleren

40
hoe kan men tot belangrijke observatie-items
komen in functie van therapeutische
doelstellingen komen ?
41
DE 9 OBSERVATIE ITEMS
  • 1. de gevoelsmatige relaties
  • 2. de zelfverzekerdheid
  • 3. het actief zijn
  • 4. het ontspannen zijn
  • 5. het beheerst bewegen
  • 6. het gericht zijn op de situatie
  • 7. de expressiviteit in het bewegen
  • 8. de verbale communicatie
  • 9. het regulatievermogen

42
1. de gevoelsmatige relaties
  • definitie de mate waarin de patiënt in
    overeenstemming met de aard van de situatie tot
    kontakten komt die gevoelsgeladen zijn
  • dit wil zeggen kontakten waarin een zekere graad
    van gevoelsmatig beleefde verbondenheid is met de
    medepatiënten en de observator

43
  • 3 de patiënt vertoont in sterke mate
    overgevoelige relaties
  • 2 de patiënt vertoont overgevoelsmatige relaties
  • 1 de patiënt vertoont in lichte mate
    overgevoelsmatige relaties
  • 0 de patiënt vertoont aangepaste gevoelsmatige
    relaties
  • -1 de patiënt vertoont in lichte mate
    ondergevoelsmatige relaties
  • -2 de patiënt vertoont ondergevoelsmatige
    relaties
  • -3 de patiënt vertoont in sterke mate
    ondergevoelsmatige relaties

44
lovipt A ondergevoelsmatige relaties (-2)
  • komen tot uiting in een kontaktname die
  • geremd
  • afstandelijk
  • te formeel
  • apathisch of
  • ontoegankelijk is

45

46
PRACTICUM
  • één student speelt het bewegingsgedrag -2

47
lovipt A overgevoelsmatige
relaties (2)
  • komen tot uiting in een kontaktname die
  • kunstmatig
  • vleierig
  • te familiair
  • opdringerig
  • aanklampend of
  • kleverig is

48
(No Transcript)
49
PRACTICUM
  • één student speelt overgevoelige relaties 2

50
2. de zelfzekerheid
  • definitie de mate waarin de patiënt , zonder
    zich te onderschatten en op een niet angstige
    wijze, onafhankelijk van de anderen beweegt

51
schaal voor zelfzekerheid
  • 3 de patiënt overschat zich in sterke mate
  • 2 de patiënt overschat zich
  • 1 de patiënt overschat zich in lichte mate
  • 0 de patiënt is zelfverzekerd
  • -1 de patiënt is in lichte mate niet
    zelfverzekerd
  • -2 de patiënt is niet zelfverzekerd
  • -3 de patiënt is in sterke mate niet
    zelfverzekerd

52

lovipt A
een tekort aan zelfzekerheid (-2)
  • een tekort aan zelfzekerheid kan tot uiting komen
    in een bewegingsgedrag dat
  • weinig ondernemend
  • niet zelfstandig
  • aarzelend
  • twijfelend
  • te bescheiden
  • weinig assertief of
  • steunzoekend is

53
lovipt S tekort
aan zelfzekerheid (-2)
  • patiënt neemt nooit initiatieven en volgt slaafs
    de anderen na
  • hij vraagt steeds om goedkeuring
  • hij ontwijkt ieder duel

54
lovipt S zich
overschatten (2)
  • patiënt denkt alles aan te kunnen maar mislukt
    vaak
  • patiënt dringt zich op als de centrale figuur
    zonder dat aan te kunnen
  • hij spreekt onterecht minachtend over de
    prestaties van anderen

55
PRACTICUM
  • Speel per de rol van iemand die een score
  • -2 krijgt een bewegingssituatie
  • idem maar nu score 2

56
3. het actief zijn
  • definitie de mate waarin de patiënt met inzet
    aan de bewegingssituaties participeert

57
schaal het actief zijn
  • 3 de patiënt is in sterke mate hyperactief
  • 2 de patiënt is hyperactief
  • 1 de patiënt is in lichte mate actief
  • 0 de patiënt is actief
  • -1 de patiënt is in lichte mate passief
  • -2 de patiënt is passief
  • -3 de patiënt is in sterke mate passief

58
lovipt A
het passief zijn (-2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • ongeïnteresseerd
  • weinig dynamisch
  • lui
  • vertraagd of
  • futloos is

59
lovipt S het
passief zijn (-2)
  • patiënt neemt slechts sporadisch aan de
    activiteiten deel
  • patiënt verplaatst zich weinig tijdens de
    bewegingssituaties
  • hij heeft steeds aanmoediging nodig

60
lovipt A
het hyperactief zijn (2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • overdreven intens is

61
lovipt S het
hyperactief zijn (2)
  • de bewegingsintensiteit is te hoog in functie
    van de situatie
  • patiënt is al bezig vooraleer de
    bewegingssituatie uitgelegd is
  • hij kan moeilijk stilzitten bij de nabespreking

62
PRACTICUM
  • speel de rol van een patiënt die passief is
    (-2)
  • die hyperactief is (2)

63
4. het ontspannen zijn
  • definitie de mate waarin de patiënt zonder
    overdreven spierspanningen en op een niet
    zenuwachtige wijze de situatie uitvoert en /of
    bekijkt

64
schaal van het ontspannen zijn
  • 3 de patiënt is in sterke mate gespannen
  • 2 de patiënt is gespannen
  • 1 de patiënt is in lichte mate gespannen
  • 0 de patiënt is ontspannen
  • -1 de patiënt is in lichte mate overdreven
    ontspannen
  • -2 de patiënt is overdreven ontspannen
  • -3 de patiënt is in sterke mate overdreven
    ontspannen

65
lovipt A
het gespannen zijn (2)
  • het overdreven gespannen zijn kan tot uiting
    komen in een bewegingsgedrag dat
  • houterig
  • niet soepel
  • nerveus of
  • verkrampt is

66
lovipt S
het gespannen zijn (2)
  • kan tot uiting komen in de volgende
    gedragsomschrijvingen
  • de lichaamshouding is krampachtig
  • hij beweegt niet vloeiend, eerder hoekig
  • de bewegingen verlopen met een klein amplitudo

67
lovipt A
het overdreven ontspannen zijn (-2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • atonisch
  • slap is

68
lovipt S
het overdreven ontspannen zijn (-2)
  • kan in de volgende gedragsomschrijvingen tot
    uiting komen
  • patiënt vertoont verminderde spierspanning de
    schouders hangen naar beneden, het hoofd naar
    voor, de rug is gebogen en ook de benen zijn
    lichtjes gebogen
  • de armen zwaaien ver mee
  • patiënt schuift eerder met de voeten dan te
    stappen

69
PRACTICUM
  • Speel de rol van een patiënt die
  • te gespannen is (2)
  • te ontspannen is (-2)

70
5. het beheerst bewegen
  • definitie de mate waarin de patiënt controle
    heeft over zijn lichaam, rustig beweegt en de
    inspanningen kan doseren

71
schaal het beheerst bewegen
  • 3 de patiënt beweegt in sterke mate
    overbeheerst
  • 2 de patiënt beweegt overbeheerst
  • 1 de patiënt beweegt in lichte mate
    overbeheerst
  • 0 de patiënt beweegt beheerst
  • -1 de patiënt beweegt in lichte mate onbeheerst
  • -2 de patiënt beweegt onbeheerst
  • -3 de patiënt beweegt in sterke mate onbeheerst

72
lovipt A
het onbeheerst bewegen (- 2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • ontremd
  • roekeloos
  • ondoordacht
  • onrustig is

73
lovipt S
het onbeheerst bewegen (-2)
  • de patiënt
  • beweegt te geweldig waardoor hij tegen alles en
    iedereen aanloopt
  • beweegt nu eens erg veel, dan weer is hij buiten
    adem en blijft een tijd staan
  • de opgelegde bewegingen worden op een slordige
    en niet afgewerkte wijze uitgevoerd

74
lovipt A
het overbeheerst bewegen (2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
    te bedachtzaam is

75
lovipt S
overbeheerst bewegen (2)
  • de patiënt beweegt te afgemeten, maakt geen
    enkele bweging te veel
  • hij beweegt op een overgecontroleerde wijze
    waardoor de bewegingen op een overdreven
    punctuele wijze afgewerkt worden
  • patiënt beweegt dwangmatig beheerst waardoor hij
    te veel tijd nodig heeft om een activiteit te
    starten

76
PRACTICUM
  • speel de rol van iemand die
  • onbeheerst beweegt (-2)
  • overbeheerst beweegt (2)

77
6. het gericht zijn op de situatie
  • definitie de mate waarin de patiënt zich
    rekenschap geeft van de situatie, er op ingesteld
    is en dit volhoudt

78
schaal het gericht zijn op de situatie
  • 3 de patiënt is in sterke mate gericht op de
    situatie
  • 2 de patiënt is overgericht op de situatie
  • 1 de patiënt is in lichte mate overgericht op de
    situatie
  • 0 de patiënt is aangepast gericht op de situatie
  • -1 de patiënt is in lichte mate niet gericht op
    de situatie
  • -2 de patiënt is niet gericht op de situatie
  • -3 de patiënt is in sterke mate niet gericht op
    de situatie

79
lovipt A
niet gericht zijn op de situatie (-2)
  • dit kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag
    dat
  • ongeconcentreerd
  • onoplettend
  • ongeïnteresseerd
  • niet gemotiveerd
  • en niet volhardend is

80
lovipt S
het niet gericht zijn op de situatie (-2)
  • kan tot uiting komen in de volgende
    gedragsomschrijvingen
  • de patiënt volgt de bewegingssituatie niet, hij
    lijkt voortdurend in gedachten verzonken
  • hij kan de bewegingsactiviteit niet tot het einde
    volhouden
  • patiënt is vlug afgeleid door zaken die niets met
    de bewegingssituatie te maken hebben, en of praat
    met de medepatiënten tijdens de bewegingssituatie
    of tijdens de uitleg ervan

81
lovipt Ahet overgericht zijn op de situatie (2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • te geconcentreerd
  • te betrokken op de situatie is

82
lovipt Shet overgericht zijn op de situatie (2)
  • de patiënt gaat op een overdreven wijze in de
    situatie op zodat hij al de rest vergeet
  • hij voert de bewegingsactiviteit overdreven
    ernstig uit alsof zijn leven ervan afhangt
  • hij wil op een overdreven geperfectioneerde
    wijze de situatie uitvoeren

83
PRACTICUM speel een bewegingsgedrag dat
overeenstemt met
  • score -2
  • score 2

84
7. de expressiviteit in het bewegen
  • definitie de mate waarin de patiënt in zijn
    bewegen, houding en mimiek al of niet iets
    uitdrukt

85
schaal van de expressiviteit in het bewegen
  • 3 de patiënt is in sterke mate overexpressief
  • 2 de patiënt is overexpressief
  • 1 de patiënt is in lichte mate overexpressief
  • 0 de patiënt is expressief
  • -1 de patiënt is in lichte mate onderexpressief
  • -2 de patiënt is onderexpressief
  • -3 de patiënt is in sterke mate onderexpressief

86
lovipt A
het onderexpressief zijn (-2)
kan tot uiting komen in een vlakke mimiek
87
lovipt S
het onderexpressief zijn (-2)
  • de patiënt heeft een vlakke gelaatsuitdrukking
  • de patiënt heeft een lichaamshouding die zo
    weinig verandert dat we de indruk van een
    standbeeld krijgen

88
lovipt A
het overexpressief zijn(2)
  • kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat
  • theatraal
  • onecht
  • gemaakt
  • of euforisch is

89
lovipt S
het overexpressief zijn (2)
  • de patiënt heeft een gelaatsuitdrukking die
    extreem overkomt
  • hij weent of lacht te pas en te onpas
  • hij maakt opeen overdreven wijze gebruik van
    bewegingen om iets uit te drukken
  • hij overdrijft in zijn bewegingsuitdrukking

90
Practicum speel een bewegingsgedrag dat
overeenstemt met een score
  • score -2
  • -score 2

91
8. de verbale communicatie
  • definitie de mate waarin de patiënt op een
    zinvolle manier tot verbale contacten kan komen
    met anderen
  • het zinvolle omvat namelijk het voldoende
    luid spreken en het oogcontact hebben

92
schaal verbale communicatie
  • 3 is in sterke mate overcommunicatief
  • 2 is verbaal overcommunicatief
  • 1 is in lichte mate overcommunicatief
  • 0 communiceert verbaal aangepast
  • -1 is in lichte mate verbaal subcommunicatief
  • -2 is verbaal subcommunicatief
  • -3 is in sterke mate subcommunicatief

93
lovipt A
verbaal subcommunicatief (-2)
  • kan tot uiting komen in
  • zwijgzaamheid
  • moeizaam spreken
  • onhoorbaar spreken
  • mutisme

94
lovipt S
verbaal subcommunicatief (-2)
  • komt er niet toe zich verbaal uit te drukken
  • antwoordt bij aanspreking enkel op zeer bondige
    wijze
  • praat erg stil, nauwelijks hoorbaar

95
lovipt A
verbaal overcommunicatief (2)
  • kan tot uiting komen in
  • een overdreven spraakzaamheid
  • woordenvloed
  • versneld spreken
  • breedsprakerigheid

96
lovipt S
verbaal overcommunicatief (2)
  • de patiënt praat voortdurend
  • kan niet zwijgen, onderbreekt de anderen en
    antwoordt steeds in plaats van de anderen
  • praat overdreven snel en luid

97
Practicum per 2
  • score -2
  • score 2

98
9. het regulatievermogen
  • definitie de mate waarin de patiënt er al dan
    niet op ingesteld is zich aan bepaalde afspraken,
    gedragsregels en spelregels te houden

99
schaal het regulatievermogen
  • 3 heeft een sterk dwangmatig regulatievermogen
  • 2 heeft een dwangmatig regulatievermogen
  • 1 heeft een licht dwangmatig regulatievermogen
  • 0 heeft een aangepast regulatievermogen
  • -1 heeft een licht gebrek aan regulatievermogen
  • -2 heeft een gebrek aan regulatievermogen
  • -3 heeft een sterk gebrek aan regulatievermogen

100
lovipt S gebrek aan regulatievermogen (-2)
  • hij overtreedt de regels van de beleefdheid hij
    vloekt, slaat, trekt, schopt of duwt de anderen
  • hij heeft een grof taalgebruik
  • hij houdt zich niet aan afspraken, komt te laat,
    gaat te vroeg weg, houdt zich niet aan de
    spelregels
  • hij vecht alle beslissingen van de observator aan

101
lovipt S dwangmatig
regulatievermogen (2)
  • hij kijkt nauwgezet toe of anderen de afspraken
    respecteren
  • hij maakt bij de minste fout de anderen attent op
    overtredingen
  • hij verontschuldigt zich te pas en te onpas bij
    de geringste tekortkoming

102
lovipt S dwangmatig
regulatievermogen (2)
  • hij kijkt nauwgezet toe of anderen de afspraken
    respecteren
  • hij maakt bij de minste fout de anderen attent op
    overtredingen
  • hij verontschuldigt zich te pas en te onpas bij
    de geringste tekortkoming

103
PRACTICUM PER 2
  • Score 2
  • Score -2

104
PMT op basis van de LOVIPT
  • bestaat erin om door middel van doelbewust
    gekozen PMT situaties
  • en door middel van een doelbewust gekozen
    geïndividualiseerde aanpak door de therapeut
  • de afwijkende LOVIPT scores te normaliseren

105
deze psychomotorische situaties
  • kunnen zowel spel en sportsituaties zijn
  • als specifieke bewegingsopdrachten
  • als situaties in het zwembad
  • als relaxatieoefeningen

106
1 therapeut met 1 patiënt
  • Verbeter op systematische en progressieve wijze
    de afwijkende scores (-2) van de 9 items bij één
    patiënt (10 minuten per patiënt)
  • na eerst een vragenlijst naar bewegingservaring
    afgenomen te hebben

107
betekenis van het bewegen
  • om de situaties doelbewust therapeutisch te
    kunnen maken dient vooreerst informatie te
    worden ingewonnen
  • over de betekenis van bewegingssituaties voor de
    patiënt (zie vragenlijst naar bewegingservaring
    en beleving)

108
evaluatie methodes

109
I. VRAGENLIJSTEN NAAR BEWEGINGS-ERVARING-en
BELEVING
110
A. Vragenlijst naar bewegingservaring- en
beleving (Knapen 1992)
  • is zeer belangrijk omdat hierin de individuele
    betekenis die het bewegen heeft of kan hebben
    voor iedere patiënt afzonderlijk duidelijk wordt

111
bijkomende voordelen van deze vragenlijst
  • ook het inzicht van de patiënt in de
    therapeutische effecten wordt gestimuleerd
  • het is ook een ideaal middel als eerste
    therapeutische kontaktname met een nieuwe patiënt

112
geeft informatie over 5
belangrijke aspecten
  • bewegingservaring
  • activiteit bij een sportclub
  • lid van een jeugdbeweging
  • positieve en negatieve bewegings-en
    sportervaringen
  • therapeutische verwachtingen van een
    fitnessprogramma

113
1. algemene activiteit
  • welke studies hebt u gevolgd of volgt u ?
  • welk(e) beroep(en) hebt u uitgeoefend ?
  • hoeveel jaar ?
  • hebt u legerdienst gedaan ?
  • hebt u sport beoefend in het leger ?
  • zo ja welke sporten ?
  • bent u lid geweest van een jeugdbeweging, dewelke
    en hoelang ?

114
2. sportactiviteit
  • zijt u ooit lid (geweest) van een sportclub ?
  • hoelang en hoeveel uren per week besteedde u aan
    die sport ?
  • zijt u op dit ogenblik lid van een sportclub ?
    dewelke en hoeveel uren sport u per week ?
  • kunt ge zwemmen ? doet ge dit graag en hoe
    dikwijls zwemt ge ?
  • kunt ge fietsen? hoe dikwijls fietst ge ?

115
3. motieven tot sportdeelname
  • houdt ge van sport ? waarom wel of niet ?
  • wat zijn uw positieve ervaringen en wat zet er u
    aan om aan sport te doen ?
  • wat zijn uw negatieve ervaringen en wat weerhoudt
    er u om aan sport te doen ?

116
  • sport ge liever individueel of in groep en
    waarom ?
  • welke activiteiten zoudt ge het liefst willen
    beoefenen binnen de PMT ?
  • op welke wijze hebben de moeilijkheden waarvoor
    ge in deze instelling opgenomen zijt uw
    bewegings-en sportinteresse beïnvloed ?

117
4. gezondheidsgedrag
  • hoe beoordeelt ge uw lichaamsgewicht ?
  • te hoog/ goed/ te laag
  • besteedt ge speciale aandacht aan uw voeding ?
  • ja/ neen

118
  • rookt ge? ja/ neen hoeveel?
  • gebruikt ge alcohol? teveel/
    met mate/ zelden/ nooit
  • hebt ge gezondheidsklachten die u belemmeren bij
    het uitvoeren van bewegingsactiviteiten? ja/ neen

119
indien ja in welke mate vormen deze
gezondheidsklachten een belemmering?
  • helemaal niet
  • nauwelijks
  • enigszins
  • een grote belemmering
  • een heel grote belemmering
  • omschrijf dit

120
5. verwachte effecten van deelname aan PMT
  • wat zijn naar uw mening de te verwachten
    positieve effecten?
  • welke eventuele negatieve effecten verwacht ge?

121
in welke mate verwacht ge dat PMT uw psychische
klachten kan beïnvloeden?
  • zeer grote positieve invloed
  • grote
  • lichte positieve invloed
  • geen invloed
  • lichte negatieve invloed
  • grote negatieve invloed
  • zeer grote negatieve invloed

122
in welke mate verwacht ge dat PMT uw lichamelijke
gezondheidstoestand kan beïnvloeden?
  • zeer grote positieve invloed
  • grote
  • licht positieve invloed
  • geen invloed
  • licht negatieve invloed
  • grote negatieve invloed
  • zeer grote negatieve invloed

123
omschrijf kort op welke wijze ge verwacht dat
PMT invloed kan hebben op uw
  • psychische
  • en lichamelijke klachten

124
II. PSYCHOLOGISCHE-en PSYCHOMOTORISCHE
MEETINSTRUMENTEN
125
A. De Beck Depression Inventory (BDI)
  • zelfrapportagevragenlijst waarop nagegaan wordt
    in hoeverre de patiënt het eens is met bepaalde
    uitspraken
  • 21 items die betrekking hebben op verschillende
    kenmerken van het depressief syndroom
  • 4 antwoordmogelijkheden variërend van afwezigheid
    tot aanwezigheid (in ernstige mate) van een
    bepaald symptoom

126
score varieert van 0-63
  • 0- 9 normaal
  • 10-15 milde depressie
  • 16-19 milde tot matige depressie
  • 20-29 matige tot ernstige
    depressie
  • 30-63 ernstige depressie

127
1. zich verdrietig voelen
  • 0 ik voel me niet verdrietig
  • 1 ik voel me verdrietig
  • 2 ik ben voortdurend verdriet en kan het niet
    van me afzetten
  • 3 ik ben zo verdrietig of ongelukkig dat ik het
    niet meer verdragen kan

128
2. moedeloosheid over de toekomst
  • 0 ik ben niet bijzonder moedeloos over de
    toekomst
  • 1 ik ben moedeloos over de toekomst
  • 2 ik heb het gevoel dat ik niets heb om naar uit
    te zien
  • 3 ik heb het gevoel dat de toekomst hopeloos is
    en dat er geen kans is op verbetering

129
3. zich een mislukkeling voelen
  • 0 ik voel me geen mislukkeling
  • 1 ik heb het gevoel dat ik vaker iets verkeerd
    heb gedaan dan een gemiddeld iemand
  • 2 als ik op mijn leven terugkijk zie ik alleen
    maar een hoop mislukkingen
  • 3 ik heb het gevoel dat ik als mens een volledige
    mislukkeling ben

130
4. minder voldoening vinden
  • 0 ik beleef overal net zoveel plezier aan als
    vroeger
  • 1 ik geniet niet meer zoals vroeger
  • 2 ik vind nergens nog echte bevrediging in
  • 3 ik heb nergens meer voldoening van ik vind
    alles vervelend

131
5. zich schuldig voelen
  • 0 ik voel me niet bijzonder schuldig
  • 1 ik voel me vaak schuldig
  • 2 ik voel me meestal schuldig
  • 3 ik voel me voortdurend schuldig

132
6. zich gestraft voelen
  • 0 ik heb niet het gevoel dat ik ergens voor
    gestraft word
  • 1 ik heb het gevoel dat ik nog wel eens gestraft
    zal worden
  • 2 ik verwacht dat ik gestraft zal worden
  • 3 ik heb het gevoel dat ik nu gestraft word

133
7. zich teleurgesteld voelen
  • 0 ik voel me niet teleurgesteld in mezelf
  • 1 ik ben teleurgesteld in mezelf
  • 2 ik walg van mezelf
  • 3 ik haat mezelf

134
8. zich slechter voelen
  • 0 ik heb niet het gevoel dat ik slechter ben dan
    iemand anders
  • 1 ik heb kritiek op mezelf vanwege mijn
    zwakheden of fouten
  • 2 ik geef mezelf steeds de schuld van mijn
    gebreken
  • 3 ik geef mezelf de schuld van al het slechte
    dat gebeurt

135
9. overwegen om een einde aan het leven te maken
  • 0 ik overweeg absoluut niet om een einde aan mijn
    leven te maken
  • 1 ik overweeg wel eens om een einde aan mijn
    leven te maken maar ik zou dat nooit doen
  • 2 ik zou een eind aan mijn leven willen maken
  • 3 ik zou een eind aan mijn leven willen maken als
    ik de kans kreeg

136
10. het wenen
  • 0 ik huil niet meer dan normaal
  • 1 ik huil nu meer dan vroeger
  • 2 ik huil nu voortdurend
  • 3 ik kon vroeger wel huilen, maar nu kan ik het
    niet meer, ook al wil ik het

137
11. het zich meer ergeren
  • 0 ik erger me niet meer dan anders
  • 1 ik raak sneller geërgerd of geprikkeld dan
    vroeger
  • 2 ik erger me tegenwoordig voortdurend
  • 3 ik erger me helemaal niet meer aan dingen
    waaraan ik me vroeger ergerde

138
12. minder belangstelling hebben voor anderen
  • 0 ik heb mijn belangstelling voor andere mensen
    niet verloren
  • 1 ik heb nu minder belangstelling voor andere
    mensen dan vroeger
  • 2 ik heb mijn belangstelling voor andere mensen
    grotendeels verloren
  • 3 ik heb mijn belangstelling voor andere mensen
    helemaal verloren

139
13. het minder vlot beslissingen nemen
  • 0 ik neem nu nog net zo gemakkelijk beslissingen
    als vroeger
  • 1 ik stel het nemen van beslissingen meer uit dan
    vroeger
  • 2 ik heb meer moeite met het nemen van
    beslissingen
  • 3 ik kan helemaal geen beslissingen meer nemen

140
14. het gevoel er minder goed uit te zien
  • 0 ik heb niet het gevoel dat ik er minder goed
    uitzie dan vroeger
  • 1 ik maak me er zorgen over dat ik er oud en
    onaantrekkelijk uitzie
  • 2 ik heb het gevoel dat mijn uiterlijk blijvend
    veranderd is, waardoor ik er onaantrekkelijk
    uitzie
  • 3 ik geloof dat ik er lelijk uitzie

141
15. het werk minder goed aankunnen
  • 0 ik kan mijn werk ongeveer even goed doen als
    vroeger
  • 1 het kost me extra inspanning om ergens aan te
    beginnen
  • 2 ik moet mezelf er echt toe dwingen om iets te
    doen
  • 3 ik ben tot helemaal niets meer in staat

142
16. het minder goed slaapgedrag
  • 0 ik slaap even goed als anders
  • 1 ik slaap niet zo goed als vroeger
  • 2 ik word smorgens één tot twee uur eerder
    wakker dan gewoonlijk en kan moeilijk weer in
    slaap komen
  • 3 ik word uren eerder wakker dan vroeger en kan
    dan niet meer in slaap komen

143
17. het sneller vermoeid worden
  • 0 ik word niet sneller moe dan anders
  • 1 ik word eerder moe dan vroeger
  • 2 ik word moe van bijna alles wat ik doe
  • 3 ik ben te moe om ook maar iets te doen

144
18. het minder eetlust hebben
  • 0 ik heb niet minder eetlust dan vroeger
  • 1 ik heb minder eetlust dan vroeger
  • 2 ik heb veel minder eetlust dan vroeger
  • 3 ik heb helemaal geen eetlust meer

145
19. het verminderen in lichaamsgewicht
  • 0 ik ben zo goed als niets afgevallen de laatste
    tijd
  • 1 ik ben meer dan 2 kilo afgevallen
  • 2 ik ben meer dan 4 kilo afgevallen
  • 3 ik ben meer dan 6 kilo afgevallen
  • ik probeer af te vallen door minder te
    eten ja / neen (omcirkelen)

146
20. meer zorgen maken over de gezondheid
  • 0 ik maak me niet meer zorgen over mijn
    gezondheid dan anders
  • 1 ik maak me zorgen over lichamelijke problemen,
    bv. als ik ergens pijn voel, als mijn maag van
    streek is, als ik last heb van verstopping, enz.
  • 2 ik maak me veel zorgen over mijn lichamelijke
    problemen en het valt niet mee om aan iets anders
    te denken

147
  • 3 ik maak me zoveel zorgen over mijn
    lichamelijke problemen dat ik aan niets anders
    meer kan denken

148
21. minder belangstelling voor seks
  • 0 ik ben me niet bewust dat er de laatste tijd
    iets veranderd is aan mijn belangstelling voor
    seks
  • 1 ik heb minder belangstelling voor seks dan
    vroeger
  • 2 ik heb tegenwoordig veel minder belangstelling
    voor seks
  • 3 ik heb mijn belangstelling voor seks helemaal
    verloren

149
B. De Zelf-Beoordelings- Vragenlijst (ZBV)
  • doel
  • dit is een Nederlandse bewerking van
    Spielbergers State-Trait Anxiety Inventory (STAI)
  • de ZBV omvat twee afzonderlijke vragenlijsten
    waarmee de angst-concepten toestandsangst
    (state anxiety) en angstdispositie (trait
    anxiety) worden gemeten

150
uitvoering en scoring
  • de ZBV is een zelf-rapportagevragenlijst
  • elk van de schalen bestaat uit twintig korte
    uitspraken (Ik voel me prettig, Ik ben een
    rustig iemand) waarop de respondent zichzelf
    dient te beoordelen
  • er zijn telkens vier antwoordmogelijkheden
    gaande van bijna nooit/ geheel niet (1) tot
    bijna altijd/ zeer veel(4)

151
voor de toestandsangst-schaal
  • wordt gevraagd zichzelf te beoordelen zoals men
    zich op dit moment voelt

152
voor de angstdispositie-schaal
  • dient men de oordelen te baseren op het
    algemene angstgevoel (...hoe u zich in het
    algemeen voelt)
  • elk van beide schalen bevat voor de helft
    omkeeritems
  • de totaalscore per schaal kan variëren tussen 20
    en 80
  • de handleiding voorziet in een aantal tabellen
    die toelaten de ruwe scores om te zetten in
    decielscores

153
gebruik
  • de ZBV kan zowel voor klinische als voor
    research-doeleinden aangewend worden
  • wegens de afwezigheid van somatische items is
    het instrument voornamelijk geschikt om de
    cognitieve component van angst na te gaan

154
  • gegeven het situationeeel bepaalde karakter
    lijkt vooral de toestandangst-schaal geschikt om
    behandelingseffecten op korte termijn (bv binnen
    één sessie) te evalueren
  • terwijl de angst-dispositie-schaal dan eerder
    gericht kan zijn op effecten over meer dan één
    sessie

155
onderzoek
  • Nederlands onderzoek toont een sterke interne
    consistentie voor beide schalen
  • deze waarden liggen uiteraard lager voor de
    toestand-schaal gegeven het situationeel
    karakter
  • er is ok een sterke evidentie voor de validiteit
    van het instrument

156
vooral onderzoek op Nederlands populatie
  • recent werd de angstdispositieschaal ook
    genormeerd op een een Vlaamse proefgroep van 365
    eerstejaarsstudenten psychologie van de KU Leuven
  • gemiddelde scores liggen beduidend hoger (meer
    angstig) dan die voor Nederlandse groepen.

157
conclusie
  • de ZBV is een bondig instrument waarmee in een
    klinische setting toestandsangst en
    angstdispositie eenvoudig kunnen nagegaan worden
  • vooral om het verloop of de effectiviteit van
    therapeutische ingrepen te evalueren
  • wegens de korte afnameduur ( bij herhaalde
    afname minder dan 5 minuten per schaal) zijn deze
    gemakkelijk toe te passen

158
toestandsangst -vragenlijst (state
anxiety) antwoordmogelijkheden het gaat er om
dat u weergeeft hoe u zich OP DIT MOMENT voelt
  • 1. geheel niet
  • 2. een beetje
  • 3. tamelijk veel
  • 4. zeer veel

159
U kunt de vraag antwoorden door 1, 2, 3 of 4 te
omcirkelen
  • er zijn geen goede of slechte antwoorden
  • denk niet te lang na en geef uw eerste indruk,
    die is meestal de beste

160
  • 1. Ik voel me kalm
  • 2. Ik voel me veilig
  • 3. Ik ben gespannen
  • 4. Ik voel me onrustig
  • 5. Ik voel me op mijn gemak
  • 6. Ik ben in de war
  • 7. Ik pieker over nare dingen die kunnen
    gebeuren
  • 8. Ik voel me voldaan

161
  • 9. Ik ben bang
  • 10. Ik voel me aangenaam
  • 11. Ik voel me zeker
  • 12. Ik voel me nerveus
  • 13. Ik ben zenuwachtig
  • 14. Ik ben besluiteloos
  • 15. Ik ben ontspannen

162
  • 16. Ik voel me tevreden
  • 17. Ik maak me zorgen
  • 18. Ik voel me gejaagd
  • 19. Ik voel me evenwichtig
  • 20. Ik voel me prettig

163
Angstdispositie-vragenlijst (trait anxiety) U
kunt aangeven hoe u zich IN HET ALGEMEEN voelt
  • 1. bijna nooit
  • 2. soms
  • 3. vaak
  • 4. bijna altijd

164
U kunt de vraag beantwoorden door 1,2,3 of 4 te
omcirkelen
  • er zijn uiteraard geen goede of slechte
    antwoorden
  • denk niet te lang na en geef uw eerste indruk,
    die is meestal de juiste

165
  • 1. Ik voel me prettig
  • 2. Ik voel me nerveus en onrustig
  • 3. Ik voel me tevreden
  • 4. Ik kan een tegenslag maar heel moeilijk
    verwerken
  • 5. Ik voel me in vrijwel alles tekort schieten
  • 6. Ik voel me uitgerust
  • 7. Ik voel me rustig en beheerst
  • 8. Ik voel dat de moeilijkheden zich opstapelen
    zodat ik er niet meer tegenop kan

166
  • 9. Ik pieker teveel over dingen die niet zo
    belangrijk zijn
  • 10. Ik ben gelukkig
  • 11. Ik word geplaagd door storende gedachten
  • 12. Ik heb gebrek aan zelfvertrouwen
  • 13. Ik voel me veilig
  • 14. Ik voel me op mijn gemak
  • 15.. Ik ben gelijkmatig van stemming

167
  • 16. Ik ben tevreden
  • 17. Er zijn gedachten die ik heel moeilijk los
    kan laten
  • 18. Ik neem teleurstellingen zo zwaar op dat ik
    ze niet van me af kan zetten
  • 19. Ik ben een rustig iemand
  • 20. Ik raak helemaal gespannen en in beroering
    als ik denk aan mijn zorgen van de laatste tijd

168
C. de Algemene Competentie Schaal (ALCOS)
Bosscher 1992
  • hierbij wordt gepoogd om de competentieverwachtin
    g van de patiënt te kennen
  • 17 items (beweringen) betreffende een algemene
    capaciteit geformuleerd aan de hand van successen
    en teleurstellingen in verschillende situaties

169
ALCOS schaal
  • 5 punten- schaal
  • niet mee eens ( 5)
  • enigszins mee eens (4)
  • noch mee eens, noch mee oneens
    (3)
  • enigszins mee eens (2)
  • mee eens (1)

170
interpretatie ALCOS scores
  • minimumscore 17
  • maximumscore 85
  • hoe hoger de score hoe slechter de algemene
    competentie

171
ALCOS items 1-4
  • 1. Wanneer ik plannen maak ben ik er zeker van
    dat ik ze met succes zal uitvoeren
  • 2. ik kan er me vaak niet toe zetten om aan het
    werk te gaan
  • 3. wanneer iets mij niet goed lukt, bijt ik er
    mij in vast tot dat het beter gaat
  • 4. ik heb vertrouwen in mijn eigen
    capaciteiten

172
ALCOS items 5-9
  • 5. wanneer ik iets beslist wil, gaat het
    meestal fout
  • 6. ik ga moeilijkheden liefst uit de weg
  • 7. wanneer ik denk dat iets ingewikkeld is,
    begin ik er niet aan
  • 8. ook bij onplezierige taken hou ik vol
    totdat ik klaar ben
  • 9. ik heb er moeite mee om problemen in mijn
    leven goed op te lossen

173
ALCOS items 10-13
  • 10. wanneer ik besloten heb iets te doen dan doe
    ik het ook
  • 11.wanneer ik met iets nieuws bezig ben, moet
    het snel een beetje lukken want anders hou ik
    ermee op
  • 12. onverwachte moeilijkheden kan ik slecht aan
  • 13.wanneer ik denk dat ik ergens in zal falen,
    probeer ik het te ontlopen

174
ALCOS items 14-17
  • 14. ik twijfel aan mijn mogelijkheden
  • 15. ik geef gemakkelijk op
  • 16.wanneer ik een fout maak, ga ik juist extra
    mijn best doen
  • 17. het gebeurt vaak dat ik dingen laat liggen
    en niet meer afmaak

175
psychometrische gegevens van de ALCOS schaal
  • interne consistentie (.89) en de test-retest
    betrouwbaarheid (.84) zijn goed
  • validiteitsonderzoek dient nog op een grotere
    groep verdergezet te worden

176
zelfwaarderingsvragenlijst van Rosenberg
  • 10 items en 4 antwoordmogelijkheden
  • geheel niet mee eens ( score 1)
  • niet mee eens (score 2)
  • mee eens (score 3)
  • mee eens- volledig mee eens (
    score 4)

177
hoogste score is beste zelfbeeld
  • items 3, 5, 8, 9, 10 worden tegengesteld
    gescoord ()
  • sore varieert van 10-40

178
  • 1. Ik heb het gevoel dat ik iets waard ben,
    tenminste in vergelijking met anderen
  • 2. Ik heb het gevoel dat ik een aantal goede
    eigenschappen bezit
  • 3.Over het algemeen heb ik het gevoel dat ik een
    mislukkeling ben
  • 4. Ik kan de meeste dingen net zo goed als
    andere mensen
  • 5. Ik heb het gevoel dat ik niet veel heb om
    trots op te zijn

179
  • 6. Ik heb een positieve houding ten opzichte van
    mijzelf
  • 7. In het algemeen ben ik tevreden met mijzelf
  • 8. Ik zou willen dat ik wat meer respect voor
    mezelf had
  • 9.Ik heb soms erg het gevoel dat ik nutteloos
    ben
  • 10. Soms denk ik dat ik helemaal niet deug

180
D. de Lichamelijke Vaardigheden Schaal (LIVAS)
(Bosscher 1992)
  • hierbij worden de competentieverwachtingen met
    betrekking tot lichamelijke vaardigheden
    geëvalueerd
  • bv hoe sterk ervaart de patiënt zich, hoe
    evalueert hij zijn uithoudingsvermogen ? enz.

181
5 punten schaal
  • geheel mee eens (1)
  • enigszins mee eens (2)
  • weet ik niet (3)
  • enigszins mee oneens (4)
  • geheel mee oneens (5)

182
interpretatie LIVAS
  • minimum score 1O
  • maximum score 5O
  • hoe hoger de score hoe slechter de
    competentiebeleving
  • interne consistentie en test- retest
    betrouwbaarheid zijn goed
  • validiteit dient nog verder onderzocht

183
items Lichamelijke Vaardigheden Schaal (LIVAS)
(1-4)
  • 1. ik heb een voortreffelijke
    reactiesnelheid
  • 2 .ik beweeg mij soepel en elegant
  • 3. ik ben tamelijk sterk
  • 4. ik kan niet erg hard lopen

184
items LIVAS (5-7)
  • 5. ik ben niet zeker van mezelf wanneer ik
    dingen moet doen waarvoor lichamelijke
    behendigheid nodig is
  • 6. ik heb vrij slappe spieren
  • 7. ik kan niet erg trots zijn op mijn sportieve
    vaardigheden

185
items LIVAS (8-10)
  • 8. aan mijn lichamelijke snelheid heb ik het te
    danken dat ik mij een paar keren uit een
    benauwde situatie heb kunnen redden
  • 9. ik heb kracht in mijn handen
  • 10. door mijn lichamelijke behendigheid kan
    ik dingen doen die anderen niet kunnen

186
E. De Aangepaste Lichamelijke Vaardigheden Schaal
(Knapen)
  • deze aanpassing werd uitgevoerd om aan de vraag
    naar een taakspecifieke vragenlijst te voldoen

187
items Aangepaste Lichamelijke Vaardigheden Schaal
ALIVAS (1-5)
  • 1. Ik heb een voortreffelijke reactiesnelheid
    (plate tapping)
  • 2. ik ben niet erg lenig en soepel (sit and
    reach)
  • 3. ik ben tamelijk sterk in mijn armen (bent
    arm hang)

188
  • 4. korte sprintjes gaan mij niet goed af
    (korte shuttle run)
  • 5. ik heb kracht in mijn handen

189
items ALIVAS (6-10)
  • 6. ik heb een goed uithoudingsvermogen
    (fietsproef en wandelproef)
  • 7. ik heb een goed lichaamsevenwicht
    (flamingo balance)

190
  • 8. ik kan ver springen (standing broad
    jump)
  • 9. ik heb sterke buikspieren (sit-ups)
  • 10.ik beschik niet over veel sportieve
    vaardigheden

191
De fysieke zelfwaarderingsvragenlijst van Fox
192
5 factoren
  • sportvaardigheden (goed zijn in sporten) (items
    1,6,11,16,21,26)
  • fysieke conditie ( items 2,7,12,17,22,27)
  • aantrekkelijkheid van het lichaam (items
    3,8,13,18,23,28)
  • kracht ( items 4,9,14,19,24,29)
  • fysieke zelfwaardering (items 5,10,15,20,25,30)

193
iedere factor heeft subschaaltotalen voor elke
factor
  • scores variëren van 6-24

194
scorebereik 1-4
  • sommige items worden omgekeerd gescoord ()

195
vragenlijst van Fox
  • deze uitspraken geven de mogelijkheid zichzelf
    te beschrijven
  • er bestaan geen juiste of foute antwoorden,
    aangezien de meeste mensen veel van elkaar
    verschillen
  • beslis eerst welke twee uitspraken het best bij
    jou passen
  • beslis dan of deze uitspraak ongeveer of
    volledigwaar is voor jou
  • je mag maar 1 kruisje zetten

196
1. Sommige mensen vinden dat ze niet erg goed
zijn wat sporten betreft
  • MAAR
  • Anderen vinden dat ze echt goed zijn in bijna
    elke sport

197
2. Sommige mensen zijn niet erg zeker van hun
fysieke conditie
  • MAAR
  • anderen zijn ervan overtuigd dat ze hun fysieke
    conditie zullen behouden

198
3. Sommige mensen vinden dat ze vergeleken met de
meeste anderen een aantrekkelijk lichaam hebben
  • MAAR
  • anderen vinden dat, vergeleken met de meeste
    anderen , hun lichaam niet zo aantrekkelijk is

199
4. Sommige mensen vinden dat ze lichamelijk
sterker zijn dan de meeste anderen van hun
geslacht
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze minder sterk zijn dan hun
    sexegenoten

200
5. Sommige mensen voelen zich trots om wie ze
zijn en wat ze fysiek kunnen
  • MAAR
  • anderen zijn niet zo trots over hun fysiek
    voorkomen, kunnen

201
6. Sommige mensen vinden dat ze tot de besten
behoren wanneer het gaat om atletisch vermogen
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze niet bij de besten zijn wat
    atletiek betreft

202
7. Sommige mensen zorgen ervoor dat ze regelmatig
deelnemen aan één of andere vorm van zware
fysieke oefeningen
  • MAAR
  • anderen slagen er niet in om regelmatig zware
    fysieke oefeningen te doen

203
8. Sommige mensen vinden dat ze moeilijkheden
hebben om hun lichaam aantrekkelijk te houden
  • MAAR
  • anderen vinden het gemakkelijk om hun lichaam
    aantrekkelijk te houden

204
9. Sommige mensen vinden dat hun spieren veel
sterker zijn dan die van de meeste anderen van
hun geslacht
  • MAAR
  • anderen vinden dat hun spieren niet zo sterk
    zijn in vergelijking met de meeste anderen van
    hun geslacht

205
10. Sommige mensen zijn soms niet zo gelukkig met
de fysieke persoon die ze zijn
  • MAAR
  • anderen zijn altijd gelukkig met de fysieke
    persoon die ze zijn

206
11. Sommige mensen zijn niet zo zeker wat
deelnemen aan sportactiviteiten betreft
  • MAAR
  • anderen hebben er helemaal geen moeite mee om
    deel te nemen aan sportaciviteiten

207
12. Sommige mensen hebben meestal geen goede
conditie en geen goed uithoudingsvermogen
  • MAAR
  • anderen behouden altijd een goede conditie en
    een goed uithoudingsvermogen

208
13. Sommige mensen schamen zich om hun lichaam
wanneer ze weinig kleding dragen
  • MAAR
  • anderen voelen zich helemaal niet onwennig
    wanneer ze weinig kleding dragen

209
14. Wanneer het gaat om situaties die kracht
vereisen zijn sommige mensen de eersten om op de
voorgrond te treden
  • MAAR
  • wanneer het gaat om situaties die kracht
    vereisen zijn sommige mensen de laatsten om de
    eerste stap te wagen

210
15. Sommige mensen voelen zich niet zeker wanneer
het om hun fysieke conditie gaat
  • MAAR
  • anderen voelen zich zeker wanneer het om hun
    fysieke conditie gaat

211
16. Sommige mensen vinden dat ze steeds één van
de besten zijn bij deelname aan
sportactiviteiten
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze niet uitblinken bij
    deelname aan sportactiviteiten

212
17. Sommige mensen voelen zich nogal vlug
ongemakkelijk tijdens fitness en oefensituaties
  • MAAR
  • anderen voelen zich altijd zelfzeker en op hun
    gemak tijdens fitness- en oefensituaties

213
18. Sommige mensen vinden dat ze dikwijls
bewonderd worden omwille van hun lichaamsbouw
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze zelden bewonderd worden om
    hun lichamelijk voorkomen

214
19. Sommige mensen hebben vrij weinig
zelfvertrouwen wanneer het gaat om hun fysieke
kracht
  • MAAR
  • anderen zijn heel zelfzeker wat hun fysieke
    kracht betreft

215
20. Sommige mensen hebben altijd een positieve
indruk over hun fysiek
  • MAAR
  • anderen hebben niet altijd een positieve indruk
    over hun fysiek

216
21. Sommige mensen zijn soms een beetje trager
dan de meeste anderen bij het leren van nieuwe
vaardigheden in een sportsituatie
  • MAAR
  • ànderen lijken altijd bij de snelste in het leren
    van nieuwe sportvaardigheden

217
22. Sommige mensen voelen zich zeer zeker van hun
vermogen om regelmatig te oefenen en hun fysieke
conditie te behouden
  • MAAR
  • anderen voelen zich niet zo zeker van hun
    vermogen om regelmatig te oefenen en hun fysieke
    conditie te behouden

218
23. Sommige mensen vinden dat vergeleken met de
meeste anderen, hun lichaam niet in optimale
conditie is
  • MAAR
  • anderen vinden dat, vergeleken met de meeste
    anderen hun lichaam altijd in optimale conditie is

219
24. Sommige mensen vinden dat ze heel sterk zijn
en goed ontwikkelde spieren hebben , vergeleken
met de meeste anderen
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze niet zo sterk zijn en dat
    hun spieren niet zo goed ontwikkeld zijn

220
25. Sommige mensen wensen dat ze meer respect
voor hun fysiek zouden kunnen opbrengen
  • MAAR
  • anderen hebben altijd veel respect voor hun fysiek

221
26. Sommige mensen zijn altijd bij de eersten om
deel te nemen aan sportaciviteiten als ze de kans
krijgen
  • MAAR
  • anderen voelen zich geremd en gewoonlijk niet
    bij de eersten om deel te nemen aan
    sportactiviteiten

222
27. Sommige mensen vinden dat ze, vergeleken met
de meeste anderen , altijd een hoog niveau van
fysieke conditie behouden
  • MAAR
  • anderen vinden dat ,vergeleken met de meeste
    anderen, hun niveau van fysieke conditie niet zo
    hoog is

223
28. Sommige mensen zijn heel zeker over hun
lichamelijk voorkomen
  • MAAR
  • anderen zijn weinig zelfzeker over hun
    lichamelijk voorkomen

224
29. Sommige mensen vinden dat ze niet zo goed
zijn als de meeste anderen in situaties die
fysieke kracht vereisen
  • MAAR
  • anderen vinden dat ze bij de besten zijn in
    situaties die fysieke kracht vereisen

225
30. Sommige mensen voelen zich heel tevreden over
de fysieke persoon die ze zijn
  • MAAR
  • anderen voelen zich soms een beetje ontevreden
    over de fysieke persoon die ze zijn

226
De belangrijkheids factor
  • Hoe belangrijk zijn de volgende uitspraken voor
    u ?

227
4 factoren
  • sportvaardigheden
  • fysieke conditie
  • fysieke aantrekkeljkheid
  • kracht
  • lichamelijk zelfwaardegevoel

228
  • Volledig waar voor mij
  • Ongeveer waar voor mij
  • MAAR
  • Ongeveer waar voor mij
  • Volledig waar voor mij

229
1. Sommige mensen vinden dat goed zijn in de
sport heel belangrijk is voor hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat goed zijn in de sport niet zo
    belangrijk is voor hen

230
2. Sommige mensen vinden dat het behouden van een
hoog niveau van fysieke conditie niet echt
belangrijk is voor hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat het behouden van een hoog
    niveau van fysieke conditie echt heel belangrijk
    is voor hen

231
3. Sommige mensen geloven dat een aantrekkelijke
lichaamsbouw van vitaal belang is voor hen
  • MAAR
  • anderen geloven dat een aantrekkelijke
    lichaamsbouw niet het belangrijkste is in hun
    leven

232
4. Sommige mensen geloven dat fysiek sterk zijn
niet zo belangrijk is voor hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat fysiek sterk zijn heel
    belangrijk is vor hen

233
5. Sommige mensen vinden dat sportvaardigheden en
bekwaamheden niet zo belangrijk zijn voor hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat een hoog niveau van
    sportvaardigheden belangrijk is voor hen

234
6. Sommige mensen vinden dat regelmatige zware
oefeningen van vitaal belang zijn voor hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat regelmatige zware oefeningen
    niet zo primair belangrijk zijn voor hen

235
7. Sommige mensen vinden het niet zo belangrijk
voor hen om veel tijd en energie te steken in het
behoud van een aantrekkelijk lichaam
  • MAAR
  • anderen denken dat het van vitaal belang is om
    veel tijd en energie te besteden aan het behoud
    van een antrekkelijk lichaam

236
8. Sommige mensen vinden dat kracht en goed
ontwikkelde spieren van vitaal belang zijn voor
hen
  • MAAR
  • anderen vinden dat kracht en goed ontwikkelde
    spieren niet zo belangrijk zijn voor hen

237
Self Description Questionnaire van Marsh
  • aan de hand van de volgende vragen willen we dat
    je even nadenkt over jezelf.
  • dit is geen test, er zijn geen juiste of foute
    antwoorden, en iedereen antwoordt verschillend
  • de bedoeling is na te gaan hoe je jezelf
    beschrijft en welke kenmerken je belangrijk vindt
    voor jezelf

238
  • op de volgende bladzijden staan een aantal
    uitspraken die in zekere mate waar of niet waar
    zijn voor jou.
  • kan je aan de hand van de volgende 8
    punten-schaal aanduiden hoe waar elk item is voor
    jou
  • probeer te antwoorden zoals je je nu voelt, ook
    al was dit in het verleden anders
  • op sommige vragen ( vb de relatie met je ouders
    maar die zijn overleden) antwoord je dan zoals
    dat in het verleden was

239
  • probeer op alle vragen een antwoord te
    formuleren en vul het cijfer van de
    corresponderende antwoordmogelijkheid in op de
    daartoe voorziene lijn

240
antwoordmogelijkheden
  • 1 absoluut niet waar
  • 2. niet waar
  • 3. meestal niet waar
  • 4. meer niet waar dan waar
  • 5. meer waar dan niet waar
  • 6. meestal waar
  • 7. waar
  • 8. absoluut waar

241
factoren (13)
  • wiskunde
  • godsdienst
  • algemeen
  • eerlijkheid
  • andere geslacht
  • verbaliteit
  • emotionaliteit

242
  • ouders
  • academische vaardigheden
  • problemen oplossen
  • fysiek voorkomen
  • zelfde geslacht
  • fysieke vaardigheden

243
  • 1. Ik vind heel wat wiskundige problemen
    interessant en uitdagend
  • 2. Mijn ouders zijn niet erg spiritueel of
    religieus ingesteld
  • 3. In het algemeen heb ik veel respect voor
    mezelf
  • 4. Ik vertel dikwijls een leugentje om lastige
    situaties te ontwijken

244
  • 5. Ik krijg veel aandacht van personen van het
    andere geslacht
  • 6. Ik heb moeilijkheden om mezelf uit te drukken
    als ik iets moet opschrijven
  • 7. Ik ben meestal behoorlijk rustig en
    ontspannen
  • 8.Ik zag de dingen nauwelijks op dezelfde manier
    als mijn ouders tijdens mijn jeugd

245
  • 9. Ik hou ervan met de meeste theoretische
    onderwerpen te werken
  • 10. Ik kan nooit antwoorden bedenken die
    origineel zijn
  • 11. Ik heb een fysiek aantrekkelijk lichaam
  • 12. Ik heb weinig vrienden van hetzelfde
    geslacht op wie ik echt kan rekenen

246
  • 13. Ik ben een goe
About PowerShow.com